Vandaag, precies twee jaar geleden, op 20 juli 2009, veranderde ons leven voorgoed. Hieronder een relaas van wat er meteen daarna gebeurde. Of meer; hoe ik het beleefde. Een besef van tijd had ik niet zo, maar ik denk dat het zo'n twintig minuten tot een klein half uur beslaat.
“Mama, wil je alsjeblieft even mee komen?” Jongste pakt mijn hand terwijl ik even met de buurvrouw van twee appartementen verderop sta te kletsen en tegelijkertijd een wasje ophang. We zijn op vakantie in Limburg. Een prachtige plek, heuvels, weilanden en bossen om ons heen. We logeren in een appartement in een typisch Limburgse carréboerderij en hebben het goed. Het is echt vakantie; de jongens hebben vriendjes, kunnen hier lekker spelen en wij komen tot rust, lezen voor het eerst sinds tijden weer in een paar dagen een boek uit.
“Mama, wil je nou alsjeblieft komen?” Ik wil eigenlijk niet mee en liever tegen hem zeggen dat ik nu even sta te praten en zo wel even kom kijken. Maar hij pakt zo stevig mijn hand vast, begint al te trekken en hij vraagt het zo lief dus loop ik nietsvermoedend met hem mee.
Als ik de hoek van de boerderij om ga zie ik Joram verderop op de grond liggen. Een van de kinderen die ook op de boerderij logeert roept dat ik snel moet komen want er is allemaal bloed. Een fractie van een seconde denk ik dat dit geen leuke grapjes zijn en nog binnen diezelfde seconde bedenk ik me dat hij wel heel stil ligt. Joram en stil liggen zijn twee dingen die niet samen gaan.
Ik ren naar hem toe en zie meteen dat het heel erg fout is. Van de ene op de andere seconde ben ik kotsmisselijk.
Hij ligt in een onnatuurlijke houding met zijn benen onder zijn billen en ik zie bloed. Bloed in zijn gezicht, uit zijn mond, neus en oren. Oh shit, uit zijn oren! Wat me daarbij verschrikkelijk verontrust is dat zijn ogen zijn weggedraaid en hij buiten bewustzijn is. Ik kijk om mij heen. Wat is hier in hemelsnaam gebeurd? Ik zie een grote groene deur liggen en krijg vlagen mee van de kinderen die vertellen dat Joram daar onder lag en dat zij die deur van hem afgetild hebben. Hè? Onder díe deur? Ik probeer de situatie te overzien, maar dat lukt niet. Ik ben bang. Heel erg bang.
Ik kijk eens goed naar mijn zoon en ik moet slikken om niet over te geven. Hij ligt er niet goed bij, begint wat te reutelen en te kokhalzen, maar ik durf hem niet te draaien. Bang dat zijn rug gebroken is. Gelukkig zijn er snel andere ouders bij en wordt 112 gebeld. Ik hoor zeggen: “… jongetje onder een deur…” en ik vind dat niet ernstig genoeg klinken; de ambulance moet nú komen en schreeuw naar degene die belt dat Joram buiten bewustzijn is en er bloed uit neus, mond en oren komt. Zijn oren! Terwijl ik het roep schrik ik van mezelf. Dit is echt zo fout!
Iemand komt met een tuinstoelkussentje en legt deze onder Jorams hoofd; ik wil nog protesteren, weet niet of het gezien zijn rare houding verstandig is hem te verplaatsen, maar zie ook dat het nodig is hem op zijn zij te draaien omdat het bloed anders zijn longen in loopt. Ik help mee, haal zijn benen onder zijn billen vandaan en draai hem mee in stabiele zijligging. Terwijl we daar mee bezig zijn krijgt Joram rare trekkingen in zijn gezicht, een insult, en zie ik ook ineens een enorme bult met een rare vorm aan de rechterkant van zijn hoofd. Het kan niet anders of er zitten breuken in zijn schedel. Ik sta op scherp, maar ben heel gericht op Joram en merk nauwelijks wat er om me heen gebeurt. Ik weet niet wat ik moet doen. Het liefst zou ik hem in mijn armen nemen, kusjes geven, heen en weer wiegen en lieve woordjes tegen hem zeggen, beloven dat alles goed komt. Maar ik durf niet, ben zo bang hem, nog meer, pijn te doen en ik wil niet liegen want ik weet: het komt niet goed.
Ik heb geen idee hoe lang ik zo zit. Eindelijk hoor ik in de verte de sirenes van de ambulance en merk ik dat H., de boer en nog meer mensen er ook bij zijn komen staan. Iemand is naar de voorkant van de boerderij gelopen om de ambulance op te wachten en de weg te wijzen. De boer is overstuur en ik hoor hem steeds maar zeggen dat hij niet snapt wat er is gebeurd, hoe dit kan gebeuren. H. kijkt al net zo verdwaasd om zich heen. Ik vertel hem, ten overvloede, dat dit heel fout is en dat het nooit meer goed komt. Dat er altijd een ‘voor’ en een ‘na’ deze dag zal zijn. Ik weet zelf eigenlijk ook niet zo goed waarom ik dat precies zeg, maar wanneer we elkaar even, heel kort, echt aankijken lees ik de wanhoop in zijn ogen en dat hij het ook weet.
Als de verpleegkundigen van de ambulance naar Joram toelopen zie ik meteen dat ze schrikken en dat maakt me nog ongeruster. Ze zeggen nog niets over Joram zelf, maar vragen wat er gebeurd is. Ondertussen leggen ze een infuus aan en geven ze hem wat zuurstof door een maskertje voor zijn mond te leggen. Veel meer kunnen ze blijkbaar niet doen. Ik flap eruit dat ik niet wil dat Joram naar het ziekenhuis in Heerlen gaat. Ik vind dat ik daar goede redenen voor heb, maar nog voor ik dat uit kan leggen onderbreekt de verpleegkundige mij met de mededeling dat ze wachten op de heli en Joram naar Maastricht wordt gevlogen. Het woord ‘heli’ slaat in als een bom. Een traumahelikopter! En hoewel ik me al heel bewust was van de ernst van dit alles is het een bevestiging die ik niet wil horen.
Het wachten op die heli duurt me te lang. Ik ben onrustig en slik steeds mijn maaginhoud maar weer door. De boer houdt de infuuszak vast, H. zit bij Joram en de verpleegkundigen houden hem goed in de gaten. Ik voel me zo ontzettend misselijk. Ik móet naar de wc. Ik zeg dit nog snel tegen H. en ren, zo goed en kwaad als het gaat, naar ons appartement. Onderweg zie ik dat Jongste door de buurvrouw opgevangen is en ik zeg dat ik er zo aan kom.
Binnen in het appartement overvalt de surrealistische situatie mij compleet. Het ziet er zo gezellig uit. Er ligt een spelletje op tafel met twee koppen, nog warme, koffie ernaast. De houten treinbaan ligt helemaal uitgestald op de grond en de Playmobil en Lego die Joram nog geen twee weken geleden voor zijn zevende verjaardag kreeg staan op een andere tafel.
Terwijl ik boven de wc hang maakt mijn hoofd overuren. Ik probeer me zelf tot kalmte te dwingen en helder te denken. Het zal voor Jongste wel logeren worden dus moeten er kleren mee. Een pyama, tandenborstel, knuffels, puffers. Ik loop gehaast maar toch verbazingwekkend gericht, met een grote tas door het appartement en pak de spullen van de slaapkamer van Jongste en loop naar Jorams slaapkamer waar een grote kast staat waar voor beide jongens kleding in zit. Ik pak de kleren van Jongste en sta te twijfelen. Moet ik voor Joram ook nog wat meenemen? Ook een pyama misschien? Ik kijk de kamer rond en zie zijn nog onopgemaakte bed met zijn knuffels. Die moeten zeker mee, voor als hij weer bijkomt. En terwijl ik dat denk weet ik eigenlijk al beter. Ik wil die gedachte niet toelaten en probeer me weer te focussen. Weer beneden prop ik nog wat speelgoed voor Jongste in de tas en ren weer naar buiten om met dezelfde vaart weer naar binnen te gaan.
Denk nou helder! Ik word gek van de gedachten, flarden van gesprekken, herinneringen die zich aan me opdringen, de zwangerschap van Joram, ontbijten gisteren in Aken, Jorams verjaardag, hoe zat het nou ook alweer precies met het gebied van Wernicke en van Broca, wie moet ik allemaal bellen, Jongste, mag een van ons eigenlijk ook mee in de heli?
Spullen voor onszelf. Mijn tas. Hebben we cash? Verzekeringspasjes? Het fototoestel, waar is die? M’n telefoon en de opladers. Een boek? Geen boek, alsof we nu kunnen lezen. Ik ga ervan uit dat we ergens tijdens de komende dagen vast nog wel even terugkomen.
Weer buiten zie ik Jongste ontdaan en met een bleek gezichtje bij de buurvrouw staan en terwijl ik naar ze toeloop moet ik toch nog een keer overgeven in het gras. Ik hou Jongste vast en voordat ik echt besef wát ik zeg, vertel ik Jongste dat er straks een echte helikopter komt en dat Joram mee mag. “Stoer hè?”
2 opmerkingen:
Ik kan alleen maar heel stil zijn nu......
Geen woorden...nog maar 2 jaar geleden,en de nachtmerrie duurt maar voort,voort,voort...Zoveel verdriet,zoveel vragen,zoveel waaroms??? Geen antwoorden,maar missen en lijfelijke hartenpijn voor jullie #Levenslang.
Krachtknuffel voor allen die zoveel van hem houden.
Liefs Ria en Johan. (Dimco01)
Een reactie posten