Inspiratie

26 september 2012

Frustratie


Jongste kreeg in groep 2 voor het bezoek aan de schoolartsassistent van de GGD een boekje met vragen mee die hij van te voren samen met ons moest invullen.
Een van de eerste vragen luidde:
Ik ben thuis: 1. de enige, 2. de jongste, 3. de oudste, 4. ertussenin.
En dat vind ik: 1. leuk, 2. gewoon, 3. vervelend. 
Geweldige binnenkomer als je broer net het jaar daarvoor is overleden! Dat getuigt echt van meeleven, zowel van school die het boekje mee gaf als van de GGD die dit dus standaard gebruikt en naar mijn mening weinig rekening houdt met verscheurde gezinnen. Het bezorgde me een traan en ik werd boos. Héél boos. Kan dat nou niet anders?! (Nog los van wat de vraag toevoegt; alsof je iets aan de positie binnen een gezin kan veranderen.)
Mijn man daarentegen begreep wel dat ze geen rekening houden met kinderen die zich 'in een uitzonderingspositie' bevinden. Want hoe vaak komt het nou voor dat je broertje of zusje is overleden? Of dat er iets anders binnen een gezin aan de hand is waardoor zo'n vraag als pijnlijk kan worden ervaren? Maar daarnaast snapte hij mijn boosheid en frustratie ook.

(Het antwoord van Jongste spreekt boekdelen; wat moet je in hemelsnaam op zo'n vraag beantwoorden?)

Vorige week kreeg Jongste een briefje mee van school. In de hoek van het papier stond 'oudsten' geschreven. Het was de bedoeling dat de leerkrachten het briefje niet aan alle kinderen maar alleen aan de oudste kinderen binnen een gezin meegaven. Handig, want dat scheelt papier. Maar dat kleine woordje 'oudsten' bezorgde me een steek in mijn buik en ik was blij dat Jongste het niet had gezien. Ik vroeg me af of het niet anders had gekund. Gewoon een post-itje met 'oudsten' op het hele stapeltje papieren? Scheelt niet alleen schrijfwerk maar ook weer een steek omdat ik, of Jongste, dat woordje dan tenminste niet hoeven te zien. Win-winsituatie lijkt me.
Mijn man daarentegen was het woordje nauwelijks opgevallen en zag vooral de praktische kant. Hij begreep mijn 'steek in de buik' overigens wel.

In september ben ik weer begonnen met straattheater. Iets wat ik jaren geleden ook deed, maar vanwege allerlei medisch gedoe mee moest stoppen. De eerste repetitie was spannend, maar zo leuk! We hebben zo gelachen! Ik kwam vol energie weer thuis. Afgelopen maandag moest ik de repetitie helaas missen vanwege schuurpapier in mijn keel en koorts en dus was ik niet bij 'de smartlapbespreking' aanwezig. Dinsdagmorgen hoorde ik welke tekst ik voor volgende week moet leren: "Niemand laat zijn eigen kind alleen", van Willie Alberti. 
En ja, daar gaan we weer. Op internet zocht ik de tekst op en ik merkte dat de brok in mijn keel alleen maar dikker werd. Ik weet zeker dat ik dit niet met volle overtuiging kan zingen. Terwijl ik de tekst las vroeg ik me af of ze tijdens de repetitie echt niet even gedacht hebben dat juist dit liedje misschien niet zo heel handig gekozen was.
Maar tegelijkertijd begin ik steeds meer als mijn man te denken. Heel vaak, dagelijks, zijn er momenten, gebeurtenissen, lees ik teksten, hoor ik liedjes of gesprekken en zie ik afbeeldingen die me die welbekende traan en frustratie veroorzaken. En ik ben, wij zijn, de uitzondering.
Ik kan toch eigenlijk niet verwachten dat mensen voortdurend rekening houden met ons verhaal? En dan maak ik het ook nog eens moeilijk omdat zoiets de ene keer keihard binnenkomt, me verstomt, maar dat ik me er het andere moment redelijk overheen kan zetten. En de factor tijd is ook niet als graadmeter te gebruiken. Dat boekje van de GGD zou op dit moment nog steeds hetzelfde effect op me hebben. Maar dat woordje 'oudste' zou vlak na het overlijden van Joram meer protest opgeleverd hebben dan nu.
Het blijft ingewikkeld. Als buitenstaander doe je het al snel verkeerd en wrijf je zomaar onbedoeld zout in de zere wond. Iedereen heeft wel een bijzonder verhaal; het is onmogelijk om daar altijd aan te denken of rekening mee te houden.
Maar ook voor ons, mij, zorgt het voor dilemma's. Want wat ga ik doen? Ga ik toch nog es met de GGD bellen over dat boekje? Ga ik toch nog naar school met de vraag of ze geen 'oudsten' op briefjes willen zetten? Hou ik me stil en ga ik toch dat lied zingen om geen gedoe te willen?
Het zal ons hele leven lang op ons pad blijven komen; zal ik me daarom me harden om niet steeds zo geraakt te worden? Accepteren dat er niet met iedereen rekening gehouden kan worden en daarom mensen er ook niet op aanspreken, bang voor het 'daar-heb-je-haar-weer-effect' of dat mensen me zielig gaan vinden. Of blijf ik me toch kwetsbaar opstellen en vertellen dat ik begrijp dat er even niet aan gedacht is maar toch benoemen dat het soms zo'n pijn doet...
Ik ben er nog niet over uit.