Ik volg een creatieve cursus in het ziekenhuis. Geen idee wat ik daar precies doe, maar opeens heb ik het gevoel dat ik naar Joram moet. Ik pak mijn portomonnee en telefoon en zeg tegen de cursusleider dat ik weg moet; dat ik het gevoel heb dat ik nu een paar verdiepingen lager moet zijn. Verbaasde blikken van hem en de rest van de groep, maar het gevoel is zo sterk; ik móet er heen.
Ik ren het trappenhuis door en kom eerst op een verkeerde afdeling terecht, ik moet een verdieping lager wezen; ken ik de weg naar mijn zoon niet eens? Hij ligt hier al zo lang…
Weer een verdieping lager ben ik aangekomen op de juiste afdeling. Maar het is hier druk. Er staat een groot bruin paard met een rijtuig. Daarachter staat een koor te zingen. Het ziet er rommelig uit, het is hier veel te klein voor een paard en een koor. Het klinkt wel prachtig! Terwijl ik me afvraag of dit wel kan; een koor en dus hard geluid op een ic, zie ik dat het veelal bekenden van me zijn; het is mijn koor! Het koor waar ik jaren bij gezongen heb…
Ik wurm me langs de mensen, iedereen is blij en lacht. Ik zoek het bed van Joram en zoek zijn gezicht maar zie hem niet meteen. Hij ligt gedraaid, opgekruld en dwars in bed, met zijn hoofd richting het koor en is bijna naar het voeteneind geschoven. De beademing is weg! Ik zie geen bloed en verband meer en alleen nog maar een sonde. Hij heeft een lach van oor tot oor op zijn gezicht en geniet zichtbaar van het gezang. Oh wat zie ik hem duidelijk! Ik verbaas me over hoe hij ligt en er uitziet. Hij heeft een donkerblauwe pyama aan, ligt zonder dekens op bed. Hij is ernstig gehandicapt en spastisch, zijn handen zijn helemaal vergroeid, maar hij zwaait met zijn armen van plezier.
Ik zie het beeld zo helder; ik kijk de hele tijd naar zijn gezicht. Het is écht Joram! Een Joram van een jaar of acht, negen. Als ik even in zijn blikveld ga staan, kijkt hij mij aan. Prachtig grote blauwe ogen en een blik van herkenning. Hij kijkt snel weer naar het koor en doet zijn ogen even dicht; hij geniet zo! Die prachtige lach blijft. Ik stroom over van liefde.
Ik zie het beeld zo helder; ik kijk de hele tijd naar zijn gezicht. Het is écht Joram! Een Joram van een jaar of acht, negen. Als ik even in zijn blikveld ga staan, kijkt hij mij aan. Prachtig grote blauwe ogen en een blik van herkenning. Hij kijkt snel weer naar het koor en doet zijn ogen even dicht; hij geniet zo! Die prachtige lach blijft. Ik stroom over van liefde.
En dan valt de krant op de deurmat en ben ik ineens wakker. Ik moet me even oriënteren en doe mijn ogen weer dicht; ik wil verder kijken. Ik wil Joram weer zien! Het lukt niet meer. Maar ik zie zijn lachende gezicht nog. Een beetje. Het beeld vervaagt. Ik probeer het met alle macht vast te houden, maar merk dat ik de details niet meer zie. Ik lig nog even te soezen, maar ik hoor Jongste stommelen, een deur die openknalt, het licht in de badkamer dat aangaat. Ik probeer mijn aandacht weer te richten op Jorams gezicht. Het lukt niet zo goed meer.
Maar wat was het fijn hem weer even te zien! Het is toch alweer een poos geleden dat ik hem zo duidelijk zag. Wat kun je blij zijn met zo’n droom. Heel kort, maar zo helder. Ik zie nog hoe hij in dat grote ziekenhuisbed ligt, ik zie nog zijn gezicht. Alles vaag en zonder details. Maar toch. Ik voel een steek van gemis en oneindig groot verdriet in mijn buik, in mijn hart. Maar meteen eroverheen voel ik blijdschap. Ik heb mijn zoon gezien!
Ik heb vandaag, net als Joram vannacht, een lach van oor tot oor op mijn gezicht.
Naschrift:
Mijn droom en wat het met me deed heb ik vanmorgen meteen opgeschreven. In een paar minuten achter elkaar doorgetikt, voordat het gevoel zou vervagen tijdens de gebeurtenissen en emoties van de dag.
En inmiddels zijn we een halve dag verder; de boodschappen zijn binnen, de lunch is achter de kiezen en onze logé, de hond van vrienden, is uitgelaten. Ik heb een poging gedaan de krant te lezen, maar die droom blijft in mijn hoofd. Ik probeer het gezicht van ons prachtige mannetje voor me te halen. Het lukt steeds minder en het beeld vertroebelt.
Ik lees de lieve reacties op mijn blog en voor ik het weet stromen de tranen over mijn wangen. Hoe kon ik nu zo blij zijn?! Het is zo intens hard en rauw.
En waarom waren dat paard en het koor in dat ziekenhuis; wat heeft dat te betekenen? En lieve Joram zo gehandicapt, zo beperkt…
De donorweek, discussies en vragen over levenseinde, waardig sterven, euthanasie en het handelen van artsen; ik lees in het nieuws en vooral op Twitter veel berichten over dat onderwerp. Het maakt veel bij me los. En hoewel ik echt wel beter weet, blijft toch die vraag door mijn hoofd spoken; wat nou als we erop aangedrongen hadden weer actief te gaan behandelen toen Joram na het staken van de behandeling en het afkoppelen van de beademing tegen de verwachting van de artsen in, weer zelf ging ademen?
Vanwege alles wat het losmaakt ben ik afgelopen weken weer meer gaan schrijven. Nu (nog) voor mezelf. Ik probeer in chronologische volgorde het verhaal op te schrijven. En niet alleen over het verhaal van na het ongeluk, de dilemma’s die er waren en keuzes die we maakten, maar ook over wie hij was. Het zal daarom zijn dat ik nu zo droomde. Waarom hij in mijn droom zo op dat bed lag. Waarom het zo intens was.
Ik probeer nu het blije gevoel van vanmorgen weer terug te halen. Het lukt niet meer op die manier. Ik krijg tranen en ben zo verdrietig. En toch, daarnaast voel ik ook warmte, intense liefde. Ik lees mijn droom hierboven nog een keer en dan merk ik toch weer een soort lichtheid. Anders dan vanmorgen, nu vermengd met verdriet en melancholie.
Mijn gezicht is nat van de tranen maar ik glimlach.
Naschrift:
Mijn droom en wat het met me deed heb ik vanmorgen meteen opgeschreven. In een paar minuten achter elkaar doorgetikt, voordat het gevoel zou vervagen tijdens de gebeurtenissen en emoties van de dag.
En inmiddels zijn we een halve dag verder; de boodschappen zijn binnen, de lunch is achter de kiezen en onze logé, de hond van vrienden, is uitgelaten. Ik heb een poging gedaan de krant te lezen, maar die droom blijft in mijn hoofd. Ik probeer het gezicht van ons prachtige mannetje voor me te halen. Het lukt steeds minder en het beeld vertroebelt.
Ik lees de lieve reacties op mijn blog en voor ik het weet stromen de tranen over mijn wangen. Hoe kon ik nu zo blij zijn?! Het is zo intens hard en rauw.
En waarom waren dat paard en het koor in dat ziekenhuis; wat heeft dat te betekenen? En lieve Joram zo gehandicapt, zo beperkt…
De donorweek, discussies en vragen over levenseinde, waardig sterven, euthanasie en het handelen van artsen; ik lees in het nieuws en vooral op Twitter veel berichten over dat onderwerp. Het maakt veel bij me los. En hoewel ik echt wel beter weet, blijft toch die vraag door mijn hoofd spoken; wat nou als we erop aangedrongen hadden weer actief te gaan behandelen toen Joram na het staken van de behandeling en het afkoppelen van de beademing tegen de verwachting van de artsen in, weer zelf ging ademen?
Vanwege alles wat het losmaakt ben ik afgelopen weken weer meer gaan schrijven. Nu (nog) voor mezelf. Ik probeer in chronologische volgorde het verhaal op te schrijven. En niet alleen over het verhaal van na het ongeluk, de dilemma’s die er waren en keuzes die we maakten, maar ook over wie hij was. Het zal daarom zijn dat ik nu zo droomde. Waarom hij in mijn droom zo op dat bed lag. Waarom het zo intens was.
Ik probeer nu het blije gevoel van vanmorgen weer terug te halen. Het lukt niet meer op die manier. Ik krijg tranen en ben zo verdrietig. En toch, daarnaast voel ik ook warmte, intense liefde. Ik lees mijn droom hierboven nog een keer en dan merk ik toch weer een soort lichtheid. Anders dan vanmorgen, nu vermengd met verdriet en melancholie.
Mijn gezicht is nat van de tranen maar ik glimlach.