Inspiratie

22 juli 2014

Vijf jaar. Gemis en Liefde.

Lieve Joram,

Vijf jaar geleden moesten we je laten gaan. Lag jij in dat veel te grote ziekenhuisbed letterlijk te happen naar adem. Je longen liepen vol. Raspende en pruttelende geluiden en het was afschuwelijk te moeten zien hoe je smalle bleke borstkas onregelmatig heftig introk, hoe jij vocht voor elke ademteug.
Anderhalve dag daarvoor, maandagnacht, werd je nog geoperereerd in een laatste mogelijkheid je leven te redden. Er zou aan beide kanten van je hoofd een deel van je schedel weggehaald worden om ruimte te geven aan je gezwollen hersenen. Maar tijdens de operatie werd duidelijk dat de schade zo groot was dat je hiermee niet kon leven en werd de ingreep na een kant gestaakt.
In anderhalve dag kan er heel veel gebeuren. Een orgaandonatieprocedure werd gestart en later weer gestopt, er was gesteggel over de door de Officier van Justitie opgelegde obductie, iets wat wij niet wilden en waarvan we het nut ook niet van inzagen - het was meer dan duidelijk wat de oorzaak van jouw doodgaan was. En jij, jij lag sterk te wezen in dat grote bed. En wij, wij hielden ons met die andere dingen bezig maar lagen vooral naast je, tegen je aan. Aaien, kusjes geven, liedjes zingen, verhalen vertellen, huilen en ook stil te zijn. Op net zo'n groot bed dat we gevraagd hadden naast het jouwe neer te zetten.
En toen, dinsdag rond een uur of vier, was het tijd. Tijd om je te laten gaan. De beademing werd afgekoppeld en de verwachting van de artsen was dat het niet lang zou duren voor je zou sterven. We hadden al gevraagd; wat nou als hij dat niet gaat doen? Dit is Joram. Jullie kennen hem niet, maar hij gaat het vast niet doen zoals jullie verwachten. Verwachtingen en gemiddelden, daar doet Joram niet aan. En het was zo. Jij bleef ademen. Je krachtige hart bleef kloppen. De middag, avond, nacht en ook de volgende ochtend bleef je ademen. Soms 6 keer per minuut. Soms 25 keer per minuut. Je lijf was zo sterk dat je steeds weer een nieuw ritme oppakte. De beademingstube zat nog in je keel. Dat moest. In verband met de 'niet natuurlijke dood' die zou volgen moest alles blijven zoals het op dat moment was. Infusen, katheters en tubes moesten dus aan je lijf blijven zitten tot de schouwarts het, jou, had gezien.
Je ogen, je jukbeenderen, zwollen zo op dat er druppeltjes uit je huid kwamen. Je prachtige gave gezicht veranderde in bijna onherkenbaar en leek doorzichtig bijna. Je hoofd verpakt in een groot wit verband waar her en der spikkeltjes bloed doorheen sijpelden. 
Later werd als een vorm van medisch handelen de tube toch uit je keel gehaald. Hierdoor werd je ademweg meer belemmerd en was de verwachting dat je sneller zou sterven. Stikken dus eigenlijk.
Of het moeilijk kunnen loslaten, jouw verlatingsangst, de angst voor de dood die je al eens geuit had óf simpelweg jouw sterke lijf was, dat weet ik niet. Ze waren ontzettend zwaar, maar jij gaf ons kostbare en dierbare uren om nog bij je te zijn. (En je leefde zelfs nog toen de tijd voor de geplande obductie aanbrak, ha!) Maar het was zo moeilijk om jou zo te zien, te horen hoe je longen volliepen, hoe jij al die lange uren zo'n moeite moest doen om nog een beetje zuurstof te krijgen, dat wij vroegen of er niet wat gedaan kon worden om jouw onvermijdelijk sterven te verzachten, bespoedigen.
En zo kwam het. Het leek de artsen ook dat je leed, dat je niet comfortabel was. En om die reden mocht en kon er wat gedaan worden.
Daarmee maakten wij de keuze om jou los te laten. Dan hoefde jij het niet te doen. Loslaten uit liefde. Hartverscheurend en heel, heel erg eng.

Vijf jaar geleden. Tijd zit in een vacuum en is tegelijkertijd vloeibaar. Vandaag ga ik mijn gang, doe de boodschappen, draai een was, lees een boek. Het is vakantie. Maar ik ben vooral bij jou, naast jou, op dat grote bed. Ik voel je lijfje - zo bleek en zo intens koud zoals alleen de dood voelt, die al langzaam je lichaam overneemt - en hoor en zie je ademing. Ik leg mijn hand op je borst, voel en luister en fluister zachtjes dat het oké is, dat je mag gaan. Ik wacht tot de volgende intrekking van je borst, maar die komt niet meer. Ik voel en zie je hart nog even kloppen, heel snel, maar dan is het opeens onwerkelijk stil.
Vandaag ben je heel, heel dichtbij. Ik voel je aanwezigheid duidelijk. In de brok in mijn keel, in mijn rillingen en als zachte deken om mij heen.
Vandaag is het net een beetje als vijf jaar geleden. Ik voel de koude dood en de warme liefde. Intense, met mijn DNA-verweven, liefde voor jou, Joram.