Inspiratie

25 oktober 2011

Kaïn en Abel, maar dan héél anders

“Het is mijn schuld dat Joram dood is. Van mij moest hij achter die deur kijken of daar monsters waren. Als ik niet had gezegd dat hij daar moest kijken, dan was hij ook niet dood geweest.”
Ik schrik en heb meteen een brok in mijn keel. H. en ik wisselen een snelle blik en gaan er meteen tegen in. “Lieverd, het is niet jouw schuld. Die deur had vast moeten zitten! Het is niet jóuw schuld dat die deur loszat en viel.”
“Ja, maar van mij moest hij die deur open doen” weerlegt Jongste.
Ik ga naast hem zitten maar hij schuift van me weg. “Maar jij wist toch niet dat die deur los zat, dat hij ging vallen? Als jij het niet had gevraagd, dan had Joram of een van de andere kinderen daar ook wel achter willen kijken. Dan was dit ook gebeurd. Dat komt toch niet door jou!”
Het heeft geen zin. Het gaat zoals vaak als wij iets willen beargumenteren of het serieus ergens over willen hebben. Jongste heeft dit in zijn hoofd en staat nu niet open voor onze argumenten. En hoe meer wij het er wel over willen hebben, hoe meer hij zich afsluit. Dit is blijkbaar niet het moment om er verder over te praten en ik besluit het voor nu nog een keer met: “Het is echt niet jouw schuld.”
We zijn op vakantie, het is twee jaar na dato. En hoewel anders, minder verlammend dan vorig jaar, is ook nu weer de leegte, de stilte, het gemis van Joram als een groot gapend gat volop aanwezig. Hij komt dus nog al eens ter sprake. Als Jongste ’s avonds op bed ligt hebben H. en ik het erover. Over de ‘bekentenis’ van Jongste. Want zo leek het haast. Zijn schuld.
Hoe moet zijn eigen gemis voelen? Hoe ervaart hij onze gesprekken over Joram? Hoe kijkt hij naar de foto en het kaarsje dat we mee hebben genomen en alle andere foto’s waar hij thuis mee geconfronteerd wordt. Denkt hij misschien ook dat we boos op hem zijn? Wat draagt ons zesjarig mannetje een onmenselijk zware last op zijn smalle schouders.
Het maakt me zo ontzettend verdrietig. Hoe kunnen we hem in hemelsnaam van die last verlossen? We praten er over maar Jongste een beetje kennende, weten we dat dit niet iets is dat te sturen valt. We kunnen niets anders doen dan hem goed in de gaten houden, hopen dat we signalen oppakken als er ‘iets mis’ dreigt te gaan, besluiten niet te pushen, maar proberen het binnenkort wel weer terloops ter sprake te brengen.

Op een donderdag in september staan Jongste en ik samen in de keuken. Ik doe een beetje tandpasta op zijn tandenborstel en geef hem aan Jongste. Tussen de middag mag hij altijd zelf zijn tandenpoetsen. “Goed onder, boven, voor en achter, maar niet te lang treuzelen want over een kwartier moeten we alweer op school zijn.”
Voordat hij de borstel in zijn mond steekt vraagt hij nog snel: “Wat betekent eigenlijk iemand de hersens inslaan?”
“Hè, hoe kom je daar nou bij?” vraag ik.
“Juf vertelde een verhaal over een broer die zijn andere broer de hersens in had geslagen. Toen ging die ene broer dood. Zou z’n vader toen ook boos zijn geworden?”
Terwijl hij staat te tandenpoetsen probeer ik te bedenken welk verhaal juf heeft vertelt, wat is dat voor verhaal met zulk soort geweld? En dat voor groep 3, is het iets van de televisie? Heb ik iets gemist? Opeens dringt het tot me door: “Ging het verhaal soms over Kaïn en Abel?”
Terwijl hij zijn mond spoelt probeert hij te knikken. Een lange sliert tandpastaspuug valt op zijn t-shirt. Zo goed en kwaad als het gaat probeer ik met een nat doekje zijn shirt te fatsoeneren en intussen vraag ik me af waarom hij dit gesprek begint. Het is vast niet alleen interesse naar de betekenis. Heeft hij zich vanochtend aangesproken gevoeld? Twee broers, de ene dood door de schuld van de ander? Als hem dit maar niet de hele ochtend heeft bezig gehouden, dat hij hiermee heeft moeten worstelen. Heeft de juf dit ook gemerkt? Ik voel in welke richting ik dit gesprek kan proberen te sturen en denk ook dat Jongste dat wil. De neiging om hem tegen me aan te trekken en hem vast te houden onderdruk ik want dan is het moment voorbij, is dit gesprek klaar. Niet te dichtbij komen nu, maar uitleg geven.
Terwijl we onze schoenen en onze jas aandoen probeer ik niet al te gedetailleerd maar wel duidelijk uit te leggen wat hersens inslaan betekent. Ik vraag me tegelijkertijd af of hij een bevestiging wil van wat hij vermoedt. Of hersens inslaan hetzelfde is, of er in ieder geval hetzelfde uitziet, als waaraan Joram overleed. Dat wat hij zo van dichtbij heeft gezien. Daar, nog bij de vakantieboerderij toen alles net gebeurd was, maar ook in het ziekenhuis. Dat wilde hij al vaker horen. Over gebroken botten in je gezicht en een gebroken schedel. Over hersenen, bloed, zwelling en blauwe plekken. En ja, ik denk dat zijn ouders zeker heel boos waren want Kaïn deed het met opzet, het was zijn bedoeling om Abel pijn te doen, te doden.
“Zou hij dan ook een straf hebben gekregen?”
Mijn Bijbelkennis is vrij belabberd, maar gelukkig herinner ik me dit verhaal. “Ja, hij heeft zeker straf gehad. Heeft juf dat ook verteld? Hij moest toch weg en rondzwerven?”
Het gesprek duurt voort, we zitten inmiddels op de fiets. Jongste blijft maar vragen stellen. Over hoe het zit over met opzet en per ongeluk en wanneer je dan straf krijgt en wanneer niet. Of je ook straf krijgt als iets per ongeluk gebeurt, of dat je dan geen straf krijgt maar dat je vader of je moeder dan weer wel boos worden. Of je ook schuld hebt als je iets per ongeluk doet of dat dat alleen zo is als je het met opzet doet. En kun je dan ook onschuldig zijn? Het is overduidelijk. Dit is iets wat onze zesjarige al lang bezighoudt.
Ik draag het ene voorbeeld na het andere aan. Dat je iets met opzet kunt doen maar dat je niet altijd meteen een straf krijgt. Als je bijvoorbeeld met opzet net doet of je niet hoort dat je naar bed moet. Maar dat je iets per ongeluk kunt doen en dat iemand anders daar toch boos over kan worden, toen je bijvoorbeeld twee keer achter elkaar je glas omstootte of als iemand per ongeluk een bal door een ruit schopt. Dat gaat per ongeluk maar het is niet leuk en sommige mensen zullen dan wel boos worden.
Als we halverwege zijn probeer ik het gesprek naar het ongeluk van Joram te sturen. Of hij nog weet dat de politie bij de boerderij was. Dat ze aan iedereen gingen vragen of ze gezien hadden wat er gebeurd was en meteen alles goed gingen onderzoeken. Dat de politie vond dat de boer van de boerderij een straf moest krijgen omdat de deur niet vastzat en dat Joram daardoor dood was gegaan. Maar dat de baas van de politie, de rechter, vond dat de boer wel beter op had moeten letten maar dat het niet zijn schuld was. De metselaar die voor de boer de deur had geplaatst heeft dat niet goed gedaan. Dat wist de boer niet. Die kon dus ook niet weten dat de deur zomaar op iemand zou kunnen vallen.
We zijn bij school. Zoon stapt af en blijft met de fiets aan zijn hand staan. Ik zie dat er iets veranderd is. “Oh, nou snap ik het! Nou snap ik waarom jullie toen in de vakantie zeiden dat het niet mijn schuld is. Het is de schuld van de metselaar. Die heeft de deur niet goed vastgemaakt. Eigenlijk moet hij straf krijgen en niet boer H.. Maar ja, de metselaar is al dood dus kan de politie hem niet in meer in de gevangenis doen. Maar misschien wist hij het wel helemaal niet dat hij het niet goed gemaakt had en dan was het per ongeluk. Ik weet niet of hij dan onschuldig was maar dan hoefde hij vast geen straf. En toch ben ik wel boos op hem.”
Voor ik antwoord kan geven loopt, huppelt, hij over het schoolplein naar het fietsenhok. De bel gaat.
We gaan samen naar binnen. Bij de kapstok hou ik hem nog even stevig vast en geef ik hem een kus. “Snap je echt dat het jouw schuld niet is? Dat jij er niets aan kon doen?”
“Ja. Echt. En nu houden we er over op.” Hij gaat de klas binnen. Hij heeft een brede lach op zijn gezicht.
Ik ben zo trots op hem! Kaïn en Abel, wat een verhaal. 
Ik loop, huppel, naar buiten. 

5 opmerkingen:

Anoniem zei

Hee lieverd!
Een gesprek wat je nooit met je kleintje wilt hoeven voeren. Wat doe je het goed en wat beschrijf je het mooi!
Dat je hem wil vasthouden, maar het moment niet wil verstoren.
Ik kan me alleen maar voor proberen te stellen hoe moeilijk het voor jullie moet zijn. Hoe lang geleden en toch als de dag van gisteren.
Ik ben blij dat je je verhaal deelt en dat ik met je mee mag lezen!

Kus!

Anoniem zei

Lieve Lin,

Gisteravond je blog nog gelezen.. maar kon toen gewoon even geen reactie achter laten laten...
En nog steeds kan ik geen woorden vinden.

En wat een lastig gesprek moet het zijn geweest. Hoe is het nu met jullie jongste?

Groetjes Debbie

Monique Engel zei

Wow, wat mooi!
Ontroerend.
Goed aanpakt.

Heidi zei

Zo mooi hoe je dit hebt aangepakt! Heel inspirerend, bedankt voor het delen.
Liefs, Heidi

Unknown zei

Dat schuldig voelen op die leeftijd, ken ik zelf ook. Toen mijn broer (9) verongelukte, was ik (4) daar niet bij betrokken. Maar ik heb me wel schuldig gevoeld. De verwarring en het verdriet van mijn ouders was moeilijk om mee om te gaan. Mijn schuld. Ik leefde, mijn broer dood. Er was iets verschrikkelijk misgegaan. Ik had het moeten zijn. Met mijn kleuterverstand dacht ik dat ze beter iemand konden missen die ze minder lang kenden.
Jullie pakken het heel mooi op. Mijn petje af.

Jet