Jongste kreeg in groep 2 voor het bezoek aan
de schoolartsassistent van de GGD een boekje met vragen mee die hij van te
voren samen met ons moest invullen.
Een van de eerste vragen luidde:
Ik ben thuis: 1. de enige, 2. de jongste, 3. de oudste, 4.
ertussenin.
En dat vind ik: 1. leuk, 2. gewoon, 3. vervelend.
Geweldige binnenkomer als je broer net het
jaar daarvoor is overleden! Dat getuigt echt van meeleven, zowel van school die
het boekje mee gaf als van de GGD die dit dus standaard gebruikt en naar mijn
mening weinig rekening houdt met verscheurde gezinnen. Het bezorgde me een traan en ik werd boos. Héél boos. Kan dat nou niet anders?! (Nog
los van wat de vraag toevoegt; alsof je iets aan de positie binnen een gezin
kan veranderen.)
Mijn man daarentegen begreep wel dat ze geen
rekening houden met kinderen die zich 'in een uitzonderingspositie' bevinden.
Want hoe vaak komt het nou voor dat je broertje of zusje is overleden? Of dat
er iets anders binnen een gezin aan de hand is waardoor zo'n vraag als pijnlijk
kan worden ervaren? Maar daarnaast snapte hij mijn boosheid en frustratie ook.
Vorige week kreeg Jongste een briefje mee van
school. In de hoek van het papier stond 'oudsten' geschreven. Het was de
bedoeling dat de leerkrachten het briefje niet aan alle kinderen maar alleen
aan de oudste kinderen binnen een gezin meegaven. Handig, want dat scheelt
papier. Maar dat kleine woordje 'oudsten' bezorgde me een steek in mijn buik en
ik was blij dat Jongste het niet had gezien. Ik vroeg me af of het niet anders
had gekund. Gewoon een post-itje met 'oudsten' op het hele stapeltje papieren?
Scheelt niet alleen schrijfwerk maar ook weer een steek omdat ik, of Jongste,
dat woordje dan tenminste niet hoeven te zien. Win-winsituatie lijkt me.
Mijn man daarentegen was het woordje
nauwelijks opgevallen en zag vooral de praktische kant. Hij begreep mijn 'steek
in de buik' overigens wel.
In september ben ik weer begonnen met
straattheater. Iets wat ik jaren geleden ook deed, maar vanwege allerlei
medisch gedoe mee moest stoppen. De eerste repetitie was spannend, maar zo
leuk! We hebben zo gelachen! Ik kwam vol energie weer thuis. Afgelopen maandag
moest ik de repetitie helaas missen vanwege schuurpapier in mijn keel en koorts
en dus was ik niet bij 'de smartlapbespreking' aanwezig. Dinsdagmorgen hoorde ik
welke tekst ik voor volgende week moet leren: "Niemand laat zijn eigen
kind alleen", van Willie Alberti.
En ja, daar gaan we weer. Op internet zocht ik de tekst op en ik merkte dat de brok in mijn keel alleen maar dikker werd. Ik weet zeker dat ik dit niet met volle overtuiging kan zingen. Terwijl ik de tekst las vroeg ik me af of ze tijdens de repetitie echt niet even gedacht hebben dat juist dit liedje misschien niet zo heel handig gekozen was.
En ja, daar gaan we weer. Op internet zocht ik de tekst op en ik merkte dat de brok in mijn keel alleen maar dikker werd. Ik weet zeker dat ik dit niet met volle overtuiging kan zingen. Terwijl ik de tekst las vroeg ik me af of ze tijdens de repetitie echt niet even gedacht hebben dat juist dit liedje misschien niet zo heel handig gekozen was.
Maar tegelijkertijd begin ik steeds meer als mijn man te denken. Heel vaak, dagelijks, zijn er momenten, gebeurtenissen,
lees ik teksten, hoor ik liedjes of gesprekken en zie ik afbeeldingen die me
die welbekende traan en frustratie veroorzaken. En ik ben, wij zijn, de
uitzondering.
Ik kan toch eigenlijk niet verwachten dat
mensen voortdurend rekening houden met ons verhaal? En dan maak ik het ook nog eens moeilijk omdat zoiets
de ene keer keihard binnenkomt, me verstomt, maar dat ik me er het andere moment
redelijk overheen kan zetten. En de factor tijd is ook niet als graadmeter te
gebruiken. Dat boekje van de GGD zou op dit moment nog steeds hetzelfde effect
op me hebben. Maar dat woordje 'oudste' zou vlak na het overlijden van Joram meer
protest opgeleverd hebben dan nu.
Het blijft ingewikkeld. Als
buitenstaander doe je het al snel verkeerd en wrijf je zomaar onbedoeld zout in
de zere wond. Iedereen heeft wel een bijzonder verhaal; het is onmogelijk om
daar altijd aan te denken of rekening mee te houden.
Maar ook voor ons, mij, zorgt het
voor dilemma's. Want wat ga ik doen? Ga ik toch nog es met de GGD bellen over
dat boekje? Ga ik toch nog naar school met de vraag of ze geen 'oudsten' op
briefjes willen zetten? Hou ik me stil en ga ik toch dat lied zingen om geen
gedoe te willen?
Het zal ons hele leven lang op
ons pad blijven komen; zal ik me daarom me harden om niet steeds zo geraakt te
worden? Accepteren dat er niet met iedereen rekening gehouden kan worden en
daarom mensen er ook niet op aanspreken, bang voor het
'daar-heb-je-haar-weer-effect' of dat mensen me zielig gaan vinden. Of blijf ik
me toch kwetsbaar opstellen en vertellen dat ik begrijp dat er even niet aan
gedacht is maar toch benoemen dat het soms zo'n pijn doet...
Ik ben er nog niet over uit.
