Het is half acht en Jongste en ik zitten te ontbijten. En het gaat weer langzaam, heel erg langzaam. Jongste is niet zo'n eter ’s morgens vroeg en dat maakt dat we lang aan tafel ‘moeten’ zitten. Hij peuzelt werkelijk met muizenhapjes zijn crackers naar binnen en zit de helft van de tijd een beetje om zich heen te kijken. Het is een echte ‘slow starter’, altijd al geweest.
Joram was ook niet altijd zo’n snelle, maar niet omdat hij moeite had met opstarten. Integendeel, zodra hij zijn ogen open deed was hij wakker en dat moest iedereen weten. Hij kwebbelde meteen je oren van je hoofd. Soms heel gezellig, maar ook om zo af en toe gek van te worden, vooral als je net wakker bent. Negen van de tien keer had hij al tijden wakker gelegen voordat hij ‘eindelijk’ uit bed mocht en ik kan me zo voorstellen dat hij dan van alles had liggen verzinnen om te vertellen of om vragen over te stellen. Dat ging voornamelijk over dinosaurussen of andere oerbeesten. De prehistorie boeide hem mateloos. En behalve dat eten hem in het algemeen erg tegen stond kwam het ook door al dat gepraat van hem dat eten traag ging.
“Volgende hap, eet nou even door, we moeten zo naar school, schiet nou es op”, zijn van die kreten die je hier ’s morgens met grote regelmaat hoort. Maar er is nogal wat veranderd in de ochtend. Nou ja, niet alleen in de ochtend natuurlijk, maar in die tijd tussen het opstaan en het ‘dag zwaaien’ bij school is de afwezigheid van Joram wel heel erg voelbaar. En vooral ook hoorbaar. Het is zo stil! Jongste maakte niet lang na het overlijden van Joram tijdens het ontbijten al eens de opmerking “Ik praat niet zo veel als Joram hè?” Hij verwoordde daarmee precies wat we zo voelen; die oorverdovende stilte. Het contrast met hoe het voor het overlijden van Joram was is zo ontzettend groot! (En wat zou ik die jongen nog graag achter zijn broek aan zitten.)
Voorheen had ik een regel dat er tijdens de maaltijd niet wordt gespeeld, boekjes worden gelezen of andere dingen worden gedaan die niet met eten te maken hebben. Maar inmiddels ben ik wat soepeler geworden, vooral voor mezelf omdat ik vaak, vooral ’s morgens dus, al lang klaar ben terwijl Jongste nog zit te knabbelen en wakker te worden. En een half uur aan tafel zitten zonder ook maar iets te doen en vaak ook maar weinig te zeggen kan en wil ik niet. Ook omdat die stilte daarmee zo extra benadrukt wordt.
En daarom staat nu de radio aan en ben ik alvast een ‘things to do today list’ aan het maken. Jongste wil weten wat ik op schrijf en waarom ik dat doe en zo ontstaat er weer een gesprekje. Als ik klaar ben pakt hij de pen en begint op zijn hand te schrijven. “Hij doet het niet meer.” Ik doe hem voor dat de pen het op papier wel doet en schrijf: ‘Jongste is lief’ en lees hem voor wat er staat. Hij kijkt me aan en zegt: “En nou moet je opschrijven: Joram is dood.” Ik schrijf het op.
Hoewel dat zinnetje en vooral de woorden op papier me een steek in mijn buik bezorgen, schrik ik hier toch niet meer zo van. Het is opvallend hoe hard het in het begin aan kwam en hoe ‘gewoon’ dit soort uitspraken van hem inmiddels zijn geworden. Het is meer een constatering van een feit, een vast gegeven. Iets dat nou eenmaal zo is en daar zul je het mee moeten doen. Tegelijkertijd vraag ik me ook af waarom hij dit nu, juist op dit moment, zegt. Onderstreept hij daarmee ook zijn gevoel? Dat het zo anders is? Of voelt hij weer eens haarfijn aan wat ik in de ochtend zo moeilijk vind? Die klotestilte!
‘Joram is lief’ schrijf ik eronder en lees het voor aan Jongste. Hij slaakt een zucht, zo van ‘duh’ en zegt: “Ja, maar nu niet meer. Dat kan niet want hij is toch dohóód!”
Eigenlijk wil ik er nog even op doorgaan, maar het gaat zoals vaak als Joram ter sprake komt; Jongste is al weer met wat anders bezig. Hij kijkt naar het woordje ‘dood’: “Dat kan toch niet: d – oo – t”, hij wijst naar de eerste ‘d’ en daarna naar de laatste ‘d’, “dat kan toch niet met dezelfde letters.” Met stijgende verbazing hoor ik hem aan – hij kan nog helemaal niet lezen! Toch? Is hij al zo bezig met klank-tekenkoppeling? Hoe ondoorgrondelijk is onze zoon! En dus niet alleen als het om de verwerking van ook zijn grote verdriet gaat.
Hij wijst weer naar de letters, ik hoor hem nog in zichzelf murmelen, “d – oo – t”, en dan neemt hij het volgende inieminiehapje van zijn cracker en vraagt vervolgens of hij vandaag gele ranja in plaats van roosvicee mee naar school mag...
1 opmerking:
Een reactie posten